2. Verblijf in Manokwari van juli 1961 tot januari 1962
Manokwari is een plaatsje aan de noordkust, de bewoners zijn Papaoea's, Chinezen- en gezinnen van mariniers en vlootmensen die de landingsvaartuigen bemanden. Er was ook een marinierskazerne waar ik een tampat ( bed en kast ) had waar ik kon slapen, als wij beneden aan de steiger in de haven lagen bij de woonschepen. De enige die aan boord bleef was onze Papoea-jongen Lambert. Lambert was een knaap, we schatten hem 16 jaar oud. Hij kwam van het eilandje Noemfoer waar zijn moeder woonde, die hij allang niet meer had gezien. Lambert verdiende fl.100,- in de maand + kost en inwoning. Leuk mannetje, deed erg zijn best om voor ons de maaltijden klaar te maken en hield benedendeks het schip en kombuis schoon. Het leuke was dat hij een beetje Nederlands sprak, de rest in Maleis, daarom ging je zelf ook het Maleis steeds beter beheersen ( Het zgn. kampongmaleis waar de sjeu vanaf droop ). Maar het was goed bruikbaar in elke kampong waar wij kwamen. Voor ons bemanning van L9532 was het een rustige tijd. Beetje oefenen met het Korps Mariniers. Opwerken voor problemen die voelbaar aankwamen. Af en toe maakten wij een trip naar Ransiki om groente en fruit te halen voor de tangsi ( kazerne ) in Manokwari. Dat was een dag heen, en een dag terugvaren. Ransiki lag aan de kust beneden het Arfak gebergte. Met goed zicht zag je de sneeuw op de toppen.
Het uitvoeren van kamponginspecties:
Wat ook een van onze functies was, waren inspecties van kampongs (dorpjes). Hiervoor ging altijd een Papoea-politieman(nen) mee. Ook vervoerden wij inwoners van kampong naar kampong met hun veestapel en noem maar op. Wat altijd een succes was als ze siripruimen pruimden. Dit was een noot gecombineerd met een kalkachtig poeder. Hier kauwden ze op en spuwden dan op dek tot groot verdiet van de kwartiermeester aan boord. De antislip kwam door dit spul los van het dek. Maar ze waren te gast, dus pikten wij het maar en waren er niet gelukkig mee. Een ander voorval, wij waren wederom in Ransiki en kwamen er achter dat een papoea-vrouw in moeilijkheden zat met een bevalling. Hoe wij ook aandrongen, wij kregen ze niet mee naar Manokwari.
De L9532 wordt gereedgemaakt voor actie:
In de rest van Nieuw-Guinea kwamen infiltraties vanuit Indonesië meer en meer op gang. Op 15 januari 1962 was het 's nachts groot alarm in Manokwari en andere plaatsen in Nieuw-Guinea. Wat was er gebeurd: de fregatten Hr.Ms.Kortenaer ( F812 ) en Hr.Ms.Evertsen ( F803 ) en de onderzeebootjager Hr.Ms.Utrecht ( D817 ) hadden een invasie van 3 stuks motortorpedoboten met soldaten vanuit Indonesië verhinderd met een gigantisch vuurgevecht. Een van de MTB's was in de pan geschoten en gezonken, een zwaar beschadigd en de derde had het hazenpad gekozen. Dit gebeurde aan de zuidkust bij de Vlakke Hoek nabij de Etnabaai. De bedoeling was Kaimana binnen te vallen. Vanuit het eiland Gebe bleken ook acties te worden ondernomen om grootschalig Nieuw-Guinea binnen te dringen. Wij werden toen direct operationeel gemaakt. Munitie laden voor de mitrailleurs punt 50 en punt 30. Ook kregen wij extra handvuurwapens, water, brandstof en blikvoedsel. Blikvoedsel bestond uit, aardappelen in blik, boontjes, cornedbeef, vlees in blik en nog meer etenswaren in blik die niet aan bederf onderhevig waren. Balen rijst niet te vergeten. Ook de noodrantsoenen werden aangevuld. Voor het maken van limonade hadden wij citroenpoeder (Lem), wat wij aanmaakten met water. Brood voor twee dagen, want dan werd het groen met haren erop. Aan het stuurhuis hing altijd een tros bananen grijpklaar voor iedereen. Er kwamen ook nog twee rubberboten aan boord met 40pk buitenboordmotoren. Deze waren om te embarkeren en debarkeren van manschappen en bevoorrading.
Lees verder op pag.3